Understand spoken Dutch

"house" Practice Dutch lesson

Recording English Dutch Status
This house has three rooms. Dit huis heeft drie kamers.
The house started shaking. Het huis begon te trillen.
Now the tomcat was the master of the house, and the hen was mistress, and they always said, “We and the world,” En de kater was heer in huis, en de kip was er zo goed als vrouw, en altijd zeiden zij: «Wij en de wereld!»
the nice house het leuke huis
That house isn’t for sale. Dat huis is niet te koop.
The first round is on the house. Het eerste rondje is van het huis.
Is there a house specialty? Is er een specialiteit van het huis?
Why did you decide to buy this house? Waarom heb je besloten dit huis te kopen?
That accident happened near his house. Dat ongeluk gebeurde vlak bij zijn huis.
A loan can help buy a house. Een ontlening kan helpen bij het kopen van een huis.
When she left the house she must have been wearing slippers; but what did that help? Toen zij het huis uitging, had zij wel is waar pantoffels aangehad; maar wat hielp dat?
haunted house spookhuis
But now she became colder, but she didn't dare to go home. Maar nu werd zij nog kouder, en naar huis durfde zij niet.
Next year we will renovate the roof of our house. Volgend jaar gaan we het dak van ons huis renoveren.
we also had a house-elf to iron the laundry wij hadden ook een huis-elf hadden, om de was te strijken
When she left the house, it is true, all that she he had on was a pair of slippers Toen zij het huis uitging, had zij weliswaar pantoffels aangehad
But you are uncontrollable, and it is anything but enjoyable to spend time with you Maar er is geen huis met je te houden, en het is alles behalve plezierig, met jou om te gaan
The eviction of the family from their house was heartbreaking. De uitzetting van de familie uit hun huis was hartverscheurend.
House of Ariel Castro demolished Huis Ariel Castro gesloopt
She cleans the house every week. Zij poetst het huis elke week.