Understand spoken Dutch

Verbs (Present tense, 3rd person singular) Examples Dutch lesson

Recording English Dutch Status
Learning this language is a piece of cake. Het leren van deze taal is een peulenschil.
She is confident that she will pass the tests. Ze is er zeker van in de toetsen te zullen slagen.
There is a restriction in the number of participants. Er is een beperking aan het aantal deelnemers.
The judge will make a ruling concerning the case. De rechter zal een uitspraak doen inzake de zaak.
Tom drinks at least three cups of coffee every day. Tom drinkt minstens drie kopjes koffie per dag.
Tom is quite sharp, isn’t he? Tom is behoorlijk scherpzinnig, nietwaar?
My appointment as a team leader is an honor. Mijn aanstelling tot teamleider is een eer.
That hypocrite talks but does nothing. Die schijnheilige praat maar doet niets.
I don’t think that’s a good investment. Ik denk niet dat het een goede investering is.
Everyone needs at least one close friend. Iedereen heeft minstens één goede vriend nodig.
A loan can help buy a house. Een ontlening kan helpen bij het kopen van een huis.
Can I pay by credit card? Kan ik met een kredietkaart betalen?
He likes to mock colleagues. Hij houdt ervan de draak te steken met collega’s.
It was 10 years ago that I started playing chess. Het is 10 jaar geleden dat ik schaak begon te spelen.
Mary has not yet replied to Tom’s letter. Mary heeft nog niet geantwoord op Tom zijn brief.
Dairy is another name for milk and milk products. Zuivel is een andere naam voor melk en melkproducten.
Tom is probably still miserable. Tom is waarschijnlijk nog steeds ellendig.
His stance on climate change is clear. Zijn stelling over klimaatverandering is helder.
He does not distinguish between good and evil. Hij maakt geen onderscheid tussen goed en kwaad.
After midnight, it will be dry in most places. Na middernacht is het op de meeste plaatsen droog.